Thomas Smolders Dift Groetjes

Groetjes Thomas

31 januari 2018 . 5 min read

Het moet bijna zo'n drie jaar geleden zijn. Ik weet nog perfect waar ik zat - in een intussen gesloten restaurantje in Antwerpen - als de sollicitatiebrief van Thomas binnenkwam. "Van sommige brieven word je gewoon blij," zei ik direct. Thomas stak er toen al bovenuit (samen met Broos trouwens, die twee jaar later bij ons kwam werken) en deed dat ook op de drink (van de 140 kandidaten nodigden we er een 25-tal uit voor een kenningsmakingsdrink) net als in de bijna drie jaar dat hij met het DIFT team samenwerkte: kritisch, gedreven en vooral een warme mens. 

Dat hij zich in iets vast kan bijten kunnen we in de studio allemaal bevestigen; zijn licht-agressieve getokkel bij het schrijven van een stuk (of een tweet) zullen we niet snel vergeten. Ze zullen het bij De Tijd geweten hebben, maar ze halen er ook een ontzettend vlotte pen mee in huis. 

Dus nemen we afscheid van Thomas zoals hij gekomen is: met een sollicitatiebrief die ik niet snel zal vergeten en die een benchmark geworden is voor iedereen die zijn plek wil innemen. 

Hey Bert & Yves, Fien & Arnaud,

*knuffelt Hektor*

 

Hele leuke vacature! 

 

Hoe begin je in godsnaam aan een motivatiebrief? Een CV opstellen is niet zo moeilijk, maar een pitch voor jezelf neerpennen is een ander paar mouwen. 

Ik zou met dure woorden als ‘hands-on-mentaliteit’ en ‘drive’ kunnen goochelen, maar ik doe het niet. Ik zou hippe en flitsende grafiekjes kunnen toevoegen waarin ik mijn ‘skills’ in cijfers uitdruk (70% PowerPoint! 95% Social Media!), maar ik doe het niet. Ik zou WordArt kunnen toevoegen om de boel wat op te fleuren, maar ik doe het niet. (Ik heb het wel overwogen, dat dan weer wel).

Wat ik wel ga doen, is mijn verhaal vertellen.

Toen ik 17 was, wou ik fotograaf worden. “Heel leuk”, zeiden mijn ouders, “maar doe toch maar eerst een universitaire studie”. Omdat ik geen dokter, burgerlijk ingenieur of taalkundige wou worden besloot ik om communicatiewetenschappen te studeren, want dat leunde nog het dichtst aan bij de dingen die ik wou doen.

De studie op zich was fantastisch, maar lang niet voldoende – vond ik. We hadden veel te weinig les, en inhoudelijk sloten de lessen vaak niet aan bij de realiteit. Aan de ene kant was dat een vloek, aan de andere kant een zegen. Net doordat ik zo weinig les had, had ik een zee van tijd. Die ik had kunnen opvullen met wilde feestjes in de Overpoort, wat ik niet heb gedaan – al waren die er uiteraard wel.

Ik ging meer en meer bloggen en tweeten, in de hoop zo dingen bij te leren die in de lessen niet aan bod kwamen. En tot mijn grote verbazing lukte dat. Ik mocht, dankzij mijn blog, twee keer drie maanden (in 2011 en 2013) aan de slag als press assistant en conversation manager bij Film Fest Gent, organiseerde samen met een groep vrienden Gent M, trok voor A.S. Adventure naar Zweden om er een lang stuk voor hen te schrijven, mocht werken voor De Morgen…

In oktober 2014, toen ik net aan mijn master Nieuwe Media & Maatschappij was begonnen, besloot ik op een vrijdagmiddag in de trein naar Amsterdam te stappen. Zonder concrete plannen begon ik in de trein naar mensen te mailen die ‘ik kende van op het internet’. Bloggers als Nalden (die WeTransfer oprichtte), Ernst-Jan Pfauth (die De Correspondent oprichtte) en Alexander Klöpping (die Blendle oprichtte). Ik vroeg hen of ik ze mocht spreken, omdat ik als jonge student op zoek was naar antwoorden die zij misschien hadden. Eén voor één zeiden ze toe. 


Met al die mensen bleef ik nadien contact houden. Tot Alexander vroeg of ik niet voor hem wou komen werken bij zijn ‘iTunes voor de journalistiek’. Twee weken later was ik met mijn hele hebben en houden naar Amsterdam verhuisd.

Ik beleefde er een fantastische tijd, en mocht er als internationaal strateeg meehelpen met de uitbouw van ons platform in andere landen. Geregeld gaf ik Blendle-presentaties, trok ik mee naar onderhandelingen met uitgevers, maakte ik overzichten van de media in het buitenland…

Maar toch knaagde er iets. Blendle was een technologisch bedrijf, en geen journalistieke startup. Wat wij deden was de infrastructuur bouwen om content te distribueren, maar we gingen ze niet zelf maken. Ik miste het bloggen, schrijven, fotograferen, tweeten… Alles waar ik jarenlang met hart en ziel mee bezig was geweest. Ik zat er, kortom, niet op de plek waar ik hoorde te zitten. Dat werd nog maar eens bewezen toen ik voor De Correspondent een stuk over Snapchat mocht schrijven, en ik voelde hoe hard ik genoot van het maken van iets. 

Eind maart zit mijn tijd bij Blendle erop. Het was leuk geweest, maar nu is het tijd voor iets nieuws – en ik ben er van overtuigd dat ik met mijn kennis en ervaring een goeie aanvulling op het DIFT-team zou kunnen zijn. Eigenlijk ben ik een beetje een Arnaud of Bert, omdat mijn pen even scherp is als het patattenmes van mijn moeder. Maar dan met het uiterlijk van een Yves – leve lange mannen met een bril! (Ergens zitten er ook een Fien en Hektor in me, maar die ben ik nog aan het zoeken).

Ik kan, kortom, vlot schrijven – maar durf ook meer dan dat. Tijdens mijn verblijf in Amsterdam ben ik een stuk Hollandser geworden. Niet dat ik nu met klompen rondloop en alleen kroketten uit de muur eet, maar ik ben wel mondiger geworden. Ik durf mijn gedacht zeggen, en ga tijdens brainstormsessies ook zelf met een hoop ideeën komen. Ik weet door mijn werk bij Blendle nu ook nòg beter hoe oude merken of bedrijven zich beter kunnen aanpassen aan de bits en bytes van het internet. En hoe wij hen daarbij kunnen helpen.

Mijn CV heb ik - lekker oldskool - in de bijlage geknald, maar eigenlijk is het veel leuker als jij (of Hektor) gewoon even rondsnuffelt op mijn blog of Twitter-account.

De groetjes daar!

Thomas Smolders

Waarom dit stuk Groetjes Thomas heet lees je hier. En over hoe je Thomas zijn plek kunt innemen, lees je hier meer. 

Deel dit artikel
loading...